Skip to content

Terugblik op “De Weerstand”

De dag verwelkomde ons met een mooie zon die de herfstkleuren tot hun recht deed komen. De natuur rond de plek waar we samenkomen is inspirerend. Het Psychotherapeutische Centrum Elim in Kapellen is erg mooi gelegen!

In deze locatie ontmoet de vakgroep zich voor de derde maal rond het jaarthema ‘de gelaagdheid van therapie’. Dit keer stonden we stil bij ‘weerstand’ in alle mogelijke vormen. Tijdens een verwelkomingsmoment staan we stil bij vragen die weerstand oproepen.

  • Waar vinden we allemaal weerstand terug in onze rol als therapeut? Weerstand bij de patiënt? Weerstand in het materiaal dat we inzetten om ervaringen bij de patiënt rijker te maken? Ervaren we zelf weerstand rond het werken met een bepaalde pathologie? Ga je bewust op zoek naar weerstand en begrenzing bij het voorstellen van een bepaalde “creatieve opdracht”?
  • Wat doen we met een patiënt die zegt dat hij tijdens deelname geen zin heeft om daar te zijn? Kunnen we vanuit ons beeldend medium een interventie doen waardoor de weerstand kan omgevormd of omgebogen worden naar een “eigen manier van omgaan met spanning of weerstand”?

De conclusie luidt: “Als er geen spanning is, gebeurt er niets. Als er teveel spanning is, blokkeert het.”

OPWARMER

We begonnen met een opwarmertje in het materiaal om aan de lijve weerstand te ervaren. Een carrousel van verschillende korte oefeningen die ons uitnodigden om te ervaren hoe elk daarvan onze weerstand kon wakker maken. Hierop volgden een aantal reflecties.

Het onbekende staat voor veel mensen voor weerstand. De kunst zit erin om als therapeut weerstand een tijdje te laten bestaan om de ervaring sterk genoeg te maken maar het is ook belangrijk om tijdig te stoppen zodat de spanning ook opnieuw kan gekanaliseerd worden. Hoe ga je daar zorgzaam mee opdat iedereen op zoek kan gaan naar een “eigen” oplossing om met weerstand om te gaan.

Voor onszelf kan “controle nemen” maar ook “controle moeten loslaten” spanning opleveren. Hoe zou dit zijn voor gekwetste personen?

Wat doe je wanneer weerstand in het tactiele zit van het materiaal en wat doe je wanneer de weerstand gevat zit in het “bekeken worden” tijdens het bewerken van beeldend materiaal?

CASUSBESPREKING

Vervolgens neemt Anik Eyben, onze collega gastvrouw, ons mee in een fascinerende ervaring. Anik illustreerde hoe doorheen een traject weerstand vanaf dag één tot het einde van opname meespeelde in het contact en samenwerken. We mochten konden inkijken hoe dit zich in het werk manifesteerde. Verbazingwekkende werken waarin de weerstand stilletjes aan plaats maakte voor iets anders.

Wanneer de patiënt aanwezig was, wou ze er niet zijn of ze gaf aan maar wat te prutsen of dat ze geen zin had. Er werd telkens op zoek gegaan naar waar men een veilige plek kon creëren waarin zij individueel kon werken omdat dit haar rust leek te geven. Er werd voorzichtig omgegaan met het inzetten van opdrachten en ze kon ook echt zelf kiezen welk materiaal ze wou gebruiken en volgens welk tempo ze werkte. Er was een spanning voelbaar bij de therapeut: enerzijds ging men op zoek naar hoe de patiënt “in therapie houden zonder dwang” maar anderzijds ging men ook op zoek naar “hoe de patiënt als het ware niet daar hoefde te zijn omdat de weerstand voelbaar en uitgesproken werd. Geleidelijk aan vond de therapeut een weg om voorzichtig grenzen voor te stellen waarin de patiënt via positieve bekrachtiging haar eigen grenzen ging verruimen of net ging afbakenen volgens hoe ze dit wou.

De weerstand bij de patiënt confronteert ons als therapeut ook met de vraag: Zit de therapeutische relatie vast op dat moment of zit de patiënt zelf (opnieuw) vast?
In de casus werd telkens opnieuw “herhaling” geïnstalleerd. Herhaling kan verwijzen naar het in eenzelfde groep deelnemen aan een traject, naar het laten herhalen van een therapievorm. Wat wordt herkenbaar voor de patiënt en voor de therapeut opdat “verdraagbaarheid” van de weerstand kan worden geïnstalleerd? Dit maakte het mogelijk om samen met de patiënt door de weerstand heen te gaan. Het was belangrijk om eerst goed zicht te krijgen op de weerstand (patroon of kenmerken).

NABESCHOUWING

De ervaringen van de dag en inkijk op een geïllustreerd proces zet aan ons aan het denken.

  • Wat met patiënten die “sociaal wenselijk” deelnemen aan therapie en als het ware geen “weerstand” laten zien maar op die manier ook niet echt “aan het werk gaan”? Hier kan je bijvoorbeeld op reageren door te blijven herhalen “Ik wil jou beter leren kennen…”
  • Het beeldend medium kan helpen om spanning te laten ontstaan maar het kan helpen om ook iemand echt te laten evolueren naar “hoe met spanning om te gaan”.
  • In hoever ga je mee met de weerstand van de patiënt? Hoe lang houd je het vol als therapeut om weerstand te laten bestaan?
  • In hoever laat je besmetting van weerstand bij patiënten bestaan? Speel je daarop in met het individueel aanspreken opdat iemand zijn eigen probleem gaat “erkennen”? Werk je dan met jouw eigen tegenoverdracht? Gebruik je versterkende taal zoals “Maak eens iets lelijk. Is dat lelijk?”
  • Wat doe je met iemand die wel werkt maar het werk teniet doet met “woorden”? Laat die persoon dan zo weinig mogelijk aan het woord…
    Wat doe je met weerstand die niet “verschuift”?

Besluitend kon gesteld worden dat we doorheen verschillende ervaringen met weerstand via medium-gebonden activiteiten en via casusverdieping hebben proberen benoemen waar weerstand voor kan staan en hoe het ons in ons werk kan beïnvloeden.

Het komt onder diverse vormen voor: in het medium zelf, in het ervaren van weerstand bij de patiënt, in het werken met een bepaalde pathologie. Het is een uitdaging en vraagt veel creativiteit om het beeldend medium in te zetten om voorbij de weerstand te geraken mits je eerst ook voldoende zicht krijgt op de weerstand zelf. In de reflectiemomenten van de ledenvergadering werd duidelijk benoemd dat daarvoor een team, supervisor of collega’s belangrijk kunnen zijn om in dialoog mee te gaan zodat de weerstand op termijn “omgebogen of omgevormd” kan worden.

Back To Top